Spoel de sushirijst onder koud water tot het water helder is.
Doe de rijst met 300 ml water in een pan en breng aan de kook. Zet het vuur laag, doe een deksel op de pan en kook ongeveer 12 minuten.
Haal de pan van het vuur en laat de rijst 10 minuten rusten met de deksel erop. Wikkel een theedoek om de deksel zodat het vocht niet op de rijst valt.
Verwarm ondertussen de rijstazijn, suiker en zout in een pannetje tot de suiker is opgelost. Schep dit voorzichtig door de warme rijst en laat afkoelen tot lauwwarm.
Leg een nori vel op een sushimat.
Verdeel een laag sushirijst over het vel en laat aan de bovenkant een klein randje vrij.
Spuit in het midden een strook roomkaas.
Rol het geheel strak op tot een sushirol.
Herhaal dit met de overige nori vellen.
Vul een pannetje ( de rollen moeten erin passen) met zonnebloemolie en verhit de olie tot ongeveer 180°C.
Meng in een kom de bloem, zout en knoflookpoeder
Voeg langzaam 175/200 ml water toe en roer tot een glad beslag dat iets dikker is dan pannenkoekenbeslag.
Haal de sushirollen door het bloem beslag en daarna door de panko.
Frituur de rollen ongeveer 3–4 minuten tot ze goudbruin zijn aan alle kanten
Laat ze uitlekken op keukenpapier en laat ze kort afkoelen.
Haal nu de garnalen door het beslag en daarna door de panko.
Frituur ze 2/3 minuten tot ze goudbruin zijn.
Laat uitlekken en snijd de garnalen daarna in stukjes.
Meng de surimi met sojasaus en Japanse mayonaise.
Snijd een gefrituurde sushirol in de lengte open, zoals een hotdogbroodje.
Vul deze nu voorzichtig met wat blokjes komkommer, zeewiersalade en top het af met de surimi
Snijd de overige 2 gefrituurde sushirollen in de lengte open.
Vul deze nu voorzichtig met wat blokjes avocado, zeewiersalade en top het af met de garnalen
Maak de rollen af met saus naar keuze